Klik hier om de items te lezen
Klik hier om de items te lezen

Beste Leden van Gilde van Molenaars Afdeling Noord-Brabant,
Het Gilde van Molenaars Afdeling Noord-Brabant organiseert de cursus Molengids. De cursus geeft je basisinformatie over de geschiedenis, de bouw van molens en handvatten voor werken met publiek. Ook leer je meer over presentatietechnieken.
Bezoekers ontvangen wordt een steeds belangrijker onderdeel van de taak van de vrijwilliger. In deze cursus leer je, als vrijwilliger, in kort de geschiedenis en basiskennis over de molen, activiteiten rondom de molen te organiseren en bezoekers veilig rond te leiden.
De cursus is verdeeld over 2 dagen:
De locatie van de cursus is afhankelijk van het aantal aanmeldingen en zal zo centraal mogelijk gekozen worden voor de deelnemers, u dient zelf te zorgen voor een lunchpakket, koffie en thee wordt voor gezorgd. Kosten van de cursus zijn €35,00.
Voorwaarde is dat je lid bent of wordt van het Gilde van Molenaars. Via deze link kun je je aanmelden. Na het volgen van de 2 dagen ontvang je een certificaat op naam als bewijs van het volgen van de cursus molengids en hand-outs van de cursus.
Zijn er op jouw molen vrijwilligers of zijn er in je familie- of vriendenkring belangstellende, dan kunnen zij zich aanmelden voor 12 februari via email nbopleid@gildevanmolenaars.nl De cursus zal doorgaan bij aanmelding van minimaal 10 deelnemers maximaal aantal is 20 deelnemers. Als de cursus doorgaat ontvang je een email met gegevens over tijden en locatie. Wij trachten de cursus te laten plaatsvinden in of bij een molen.
Wij zien graag jullie aanmelding tegemoet,
Met vriendelijke groet,
Gilde van Molenaars Bestuur Afdeling Noord-Brabant
De provincie Noord-Brabant komt eigenaren van rijksmonumenten met acute onderhoudsproblemen tegemoet. In 2026 wordt hiervoor een nieuwe subsidieregeling voor noodmaatregelen opengesteld, met een totaal budget van € 400.000.
De nieuwe regeling sluit aan op de jaarlijkse restauratieregeling voor het behoud en onderhoud van rijksmonumenten. Die regeling is de afgelopen jaren structureel overvraagd. Vorig jaar kwamen 35 aanvragen binnen, waarvan er na loting 12 konden worden gehonoreerd. De overige projecten vielen buiten de boot omdat het budget binnen één dag was uitgeput.
Eigenaren die bij de reguliere restauratieregeling geen subsidie ontvangen maar wél te maken hebben met acute onderhoudsproblemen, kunnen voortaan een beroep doen op de regeling voor noodmaatregelen. Aanvragen kunnen worden ingediend vanaf 18 mei 2026, zodra bekend is welke monumenten geen subsidie hebben ontvangen via de reguliere restauratieregeling. De aanvraagtermijn loopt een half jaar.
“Afgelopen jaren werd de restauratieregeling steevast overvraagd, waardoor het steeds op loting aankwam,” zegt gedeputeerde Bas Maes (Cultuur, Erfgoed, Sport & Vrije tijd). “Een monument waar bij wijze van spreken de pannen van het dak vallen, kon zo jaar na jaar worden uitgeloot. Om te voorkomen dat door domme pech onherstelbare schade ontstaat aan ons Brabantse erfgoed, reserveren we nu een deel van het budget voor acute situaties die niet kunnen wachten.”
De provincie reageert hiermee op zorgen van verschillende eigenaren van rijksmonumenten, onder meer de Basiliek in Oudenbosch, die twee jaar op rij werd uitgeloot voor restauratiesubsidie. Ook de watertoren in Raamsdonk, het Hof van Solms in Oirschot en de kerk in Den Dungen kregen hiermee te maken.
Vanaf 26 januari tot en met 2 februari 2026 kunnen eigenaren van rijksmonumenten weer subsidie aanvragen voor grote restauratieprojecten. Per monument is maximaal € 400.000 beschikbaar. Voor deze reguliere restauratieregeling is in totaal € 3,6 miljoen beschikbaar. Inclusief het noodfonds stellen provincie en Rijk komend jaar € 4 miljoen beschikbaar voor de restauratie van rijksmonumenten in Brabant.
Naast de provinciale restauratieregelingen kunnen monumenteigenaren sinds dit jaar ook gebruikmaken van het Brabants Erfgoedfonds, een fonds van € 50 miljoen dat wordt uitgevoerd door het Nationaal Restauratiefonds.(verwijst naar een andere website) Het fonds biedt leningen met lage rente voor onderhoud, restauratie, herbestemming, verduurzaming én klimaatadaptieve maatregelen voor monumenten. Daarmee is het Brabants Erfgoedfonds het eerste provinciale fonds in Nederland dat ook inzet op klimaatbestendigheid van monumenten en cultuurhistorische landschappen. Eigenaren van rijksmonumenten, gemeentelijke monumenten en cultuurhistorisch waardevolle objecten en gebieden kunnen een lening aanvragen via de website van het Restauratiefonds. De aflossingen vloeien terug in het fonds, waardoor een financieringsbron ontstaat voor toekomstige projecten.
Stel je vraag via het formulier of bel naar het algemene nummer van de provincie.
Voor het originele artikel op de website van Provincie Noord-Brabant klik hier
Molenroeden
Subsidie kan worden verstrekt voor projecten gericht op het vervangen van molenroeden.
Van 2 maart 2026 tot 1 maart 2030 kunt u hiervoor subsidie aanvragen.
Voor alle info en links op de site van de provincie klik hier
|
Omschrijving |
|
Subsidie op grond van deze regeling kan worden aangevraagd door de eigenaren van molens die geregistreerd staan als een rijksmonument, zijnde: a. rechtspersonen; |
Voorwaarden
Enkele belangrijke voorwaarden voor subsidieverlening zijn:
a. het project wordt uitgevoerd in de provincie Noord-Brabant;
b. het project is gericht op het vervangen van molenroeden, blijkend uit een projectplan;
c. de molenroede maakt onderdeel uit van een rijksmonument;
d. de subsidieaanvrager is eigenaar van de molen, blijkend uit een eigendomsakte;
e. er is sprake van een defect aan de molenroede;
f. de molenroede wordt vervangen door een molenmaker, blijkend uit een offerte;
g. het project kan uiterlijk 2032 worden afgerond.
Overige voorwaarden voor de subsidie kunt u vinden in de Subsidieregeling molenroeden Noord-Brabant. Naast de regels van de Subsidieregeling zijn ook de regels van de Algemene subsidieverordening Noord-Brabant van toepassing.
|
Aanpak |
|
Aanvraag digitaal invullen en ondertekenen U kunt een aanvraag indienen door het digitale aanvraagformulier in te vullen. Het aanvraagformulier ondertekent u met een digitale handtekening. Met DigiD (https://www.brabant.nl/loket/digid) (particulieren en bedrijven zonder rechtspersoonlijkheid zoals de eenmanszaak, VOF, maatschap of commanditaire vennootschap) of eHerkenning (https://www.brabant.nl/loket/eherkenning) (bedrijven, instellingen of overheden met rechtspersoonlijkheid) zet u een digitale handtekening. Hiervoor heeft u eHerkenning niveau 2+ nodig met de specifieke machtiging: ondertekenen subsidieaanvragen provincie Noord-Brabant. Veilig gegevens uitwisselen voor bedrijven De provincie Noord-Brabant vindt het belangrijk dat u gegevens veilig met ons kunt uitwisselen. Als u een bedrijf, instelling of overheid bent, kunt u daarvoor gebruik maken van het beveiligde e-mailsysteem Berichtenbox (https://www.brabant.nl/loket/ berichtenbox) voor bedrijven. De communicatie loopt dan via dit mailsysteem. In het aanvraagformulier kunt u aangeven dat u voor verdere communicatie gebruik wilt maken van de Berichtenbox. Uiteraard blijft het mogelijk om zonder de Berichtenbox uw aanvraag in te dienen. De subsidie wordt verdeeld op volgorde van binnenkomst van volledige subsidieaanvragen.
|
|
Gerelateerde wet- en regelgeving |
|
Algemene subsidieverordening Noord-Brabant (https://lokaleregelgeving.overheid.nl/CVDR275924/) Subsidieregeling molenroeden Noord-Brabant (https://lokaleregelgeving.overheid.nl/CVDR749237)
|
|
Indienperiode |
|
U kunt een aanvraag indienen van 2 maart 2026 tot 1 maart 2030 of zoveel eerder als het subsidieplafond is bereikt. |
|
Beschikbaar budget
|
|
Het totaal beschikbare budget voor de aanvraagperiode is € 600.000 |
|
Maximale bijdrage |
|
De hoogte van de subsidie bedraagt 60% van de subsidiabele kosten tot een maximum van € 80.000. |
|
Bezwaar en beroep |
|
U kunt binnen zes weken bezwaar maken tegen het besluit op uw aanvraag. |
|
U heeft een subsidie of bijdrage ontvangen van de provincie Noord-Brabant. U vindt hier de digitale formulieren voor het indienen van een voortgangsverslag, verzoek tot vaststelling of melding. Indienen melding (https://formulieren.brabant.nl/provnbr/M322423_Melding_Subsidieaanvrager)
|
Indieningsadres
Provincie Noord-Brabant, Subsidies
Contactinformatie
Brabantlaan 1
5216TV ‘s-Hertogenbosch
Postadres
Postbus Postbus 90151 5200 MC ‘s-Hertogenbosch
Telefoon
073 681 28 12
Website
Molenroeden – Brabant https://www.brabant.nl/loket/producten-diensten/molenroeden/#collapsa…
www.brabant.nl/contact (https://www.brabant.nl/contact)
U kunt uw aanvraag indienen via het aanvraagformulier.
|
Contact |
|
Voor vragen kunt u terecht bij de Afdeling Subsidies via subsidie@brabant.nl (mailto:subsidie@brabant.nl) of via (073) 681 28 12. De tijden waarop wij telefonisch bereikbaar zijn vindt u op: www.brabant.nl/contact/adres-openingstijden
|
|
Barbara Tanner (1948-2025): een Zwitserse pianist die molenaar in Haarlem werd
Een leven zonder muziek was ondenkbaar voor pianist Barbara Tanner, maar ook voor molens ontwikkelde ze een passie. Haar didactische achtergrond als pianoleraar kwam haar van pas toen ze molenaar werd en leerlingen ging opleiden. Ze zocht altijd naar verbinding met de ander.
Trouw: Noor Hellmann 7 december 2025, 19:58
Historische gebouwen, stoomlocomotieven, traditionele zeilschepen; Barbara Tanner was geïnteresseerd in tastbare geschiedenis, de nostalgie ervan vond ze mooi. In het rijtje hoorden zeker ook molens. Het was frappant dat ze als Zwitserse juist voor dit typisch Nederlandse cultuurgoed zo’n liefde ontwikkelde. Ze verdiepte zich in verschillende soorten en typen en reisde per trein en fiets door heel Nederland om molens te bezoeken.
In de tweede helft van haar leven ging ze zich enthousiast inzetten voor het behoud van dit erfgoed. In haar woonplaats Haarlem was ze meer dan twintig jaar verbonden aan De Adriaan, de iconische molen aan het Spaarne; eerst als gids en later als molenaar, instructeur en examinator. Ze coördineerde de molenaarsexamens in Noord-Holland en leidde molenaars op, waardoor de wieken van De Adriaan nu bijna dagelijks kunnen draaien.
Barbara toonde zich betrokken bij alle vrijwilligers op de molen. Van sociale verplichtingen als verjaardagen en borrels hield ze niet zo – haar eigen verjaardag vierde ze nooit – maar ze genoot van het contact met mensen die dezelfde passie deelden of met hetzelfde bezig waren als zij. Ze was innemend en kon bezield vertellen over het molenaarswerk.
Vreemde eend in de bijt
Er waren slechts een paar vrouwelijke molenaars in de regio Haarlem toen Barbara begon. Ze gold als een vreemde eend in de bijt: een molenaar die, omdat ze ook pianist was, heel voorzichtig deed met haar handen. Zo fietste ze met handschoenen aan, behalve in de zomer. Ook bij werkzaamheden op de molen droeg ze altijd handschoenen.
Muzikale ontplooiing werd in haar jeugd gestimuleerd. Haar moeder Geeralde Tanner-Nijhoff, een amateurpianist, had haar al vroeg ingeprent dat ze zuinig moest zijn op haar pianohanden. Om die reden mocht ze niet naar de padvinderij.
Barbara, geboren in 1948 in het Zwitserse Aarau, had een Nederlandse moeder die in Zwitserland was blijven hangen nadat ze kort na de oorlog in het skioord Arosa had deelgenomen aan internationale skiwedstrijden. Geeralde ontmoette er de Zwitserse longspecialist Ernst Tanner, met wie ze trouwde en twee dochters kreeg. Barbara was de oudste. Thuis werd Zwitserduits gesproken, tijdens zomervakanties bij haar oma in Nederland leerde Barbara Nederlands.
Vader Ernst werkte aanvankelijk als chef-arts in een tuberculosesanatorium in Arosa, maar toen Barbara tien was, ging het gezin in de buurt van Zürich wonen. Er werd voor haar een goede pianodocent gevonden, die serieus werk maakte van haar pianolessen. Ze had talent en wilde na haar middelbare school naar het conservatorium, maar op aandringen van haar vader ging ze naar de kweekschool. Hij stond erop dat ze eerst een degelijk beroep zou leren.
Twee pleegkinderen
Ze rondde de kweekschool plichtsgetrouw af en koos toen alsnog haar eigen weg: ze meldde zich aan bij het conservatorium om piano en orgel te studeren. Daarnaast speelde ze viool in amateurorkesten. Barbara had inmiddels definitief besloten geen schooljuf te worden, voor de klas staan lag haar niet. Lesgeven aan kinderen had sowieso niet haar voorkeur. Toen ze eenmaal pianoleraar was, werkte ze eerst op de muziekschool, maar met meer plezier gaf ze later in haar eigen huis les aan volwassenen.
Nog in haar begintijd op het conservatorium had ze tijdens een muziekcollege op de universiteit van Zürich Chris Brunner leren kennen. De student civiele techniek, die uit een muzikale familie kwam, volgde het college uit interesse. Ondanks hun verschillende studieachtergrond voelden ze een sterke verwantschap. Ze bezochten concerten en werden al snel verliefd. Ze gingen samen verder als levenspartners; van trouwen moesten ze niets hebben. Ze hadden geen kinderwens, wel namen ze de zorg voor twee pleegkinderen op zich.
De eerste drie jaar woonden ze in Zwitserland. Chris had al een baan toen Barbara in 1974 afstudeerde aan het conservatorium. Na haar afstuderen zagen ze hun kans om met spaargeld acht maanden door Europa te reizen en hun horizon te verbreden. Allebei hadden ze het gevoel dat ze in een erg beschermd nest waren opgegroeid. Ze wilden een poosje weg uit Zwitserland, waar ze naar hun idee in een al te keurige wereld leefden.
Minikeuken in een besteleend
Ze vertrokken in een besteleend, waarin Chris een minikeuken had gebouwd. Om het musiceren niet te hoeven opgeven nam Barbara haar klavichord mee, zorgzaam ingepakt door haar moeder. De tocht door Europa was leerzaam. Ze bezochten niet zozeer toeristische attracties, maar verkenden landen en steden om te onderzoeken of ze er na hun reis tijdelijk zouden kunnen gaan wonen en werken. Uiteindelijk viel de keus op Nederland, mede omdat Barbara aan de slag wilde als muziektherapeut en hier meer mogelijkheden zag dan in Zwitserland, waar muziektherapie nog nauwelijks bestond.
Hun Nederlandse avontuur begon in 1975. Ze waren aanvankelijk van plan een paar jaar te blijven, maar ze zouden nooit meer teruggaan. De sfeer in Nederland beviel hen, ze vonden Nederlanders minder gereserveerd dan de Zwitsers.
Barbara had al binnen een week na aankomst in Nederland een baan gevonden. Chris, die het Nederlands niet beheerste, had meer tijd nodig om zijn draai te vinden. Drie jaar werkte hij als ingenieur bij een groot aannemingsbedrijf, daarna werkte hij 35 jaar bij een adviesbureau voor ruimtelijke ordening, als adviseur en projectleider voor gemeenten en ontwikkelaars. De eerste tijd huurden ze in Haarlem twee zolderkamers, later vonden ze in de stad betere woonruimte. Ze raakten ingeburgerd, maar de Nederlandse nationaliteit aannemen zoals Chris deed, hoefde van Barbara niet.
Haar dagen waren gevuld met muziek. Naast haar werk als muziektherapeut en pianoleraar gaf ze geregeld kamermuziekconcerten. Chris stimuleerde haar ook solo op te treden. Haar liefde voor muziek deelde ze met anderen, door eigen concerten te organiseren waar ze een persoonlijke tint aan gaf. Ze zocht naar verbinding, of dat nu was met haar publiek of met haar molenaars- en pianoleerlingen.
Parttimebaan als brugwachter
Met Roelof de Jong, een bevriende amateurpianist, oefende ze vaak bij Andriessen Piano’s-Vleugels in Haarlem. Ze hadden de sleutel van de muziekzaak en konden ’s avonds achterin in de restauratiewerkplaats twee vleugels uitkiezen. Zo nu en dan gaven ze een kleinschalig concert. Spelen op grote concertpodia wilde Barbara niet, het competitieve ervan stond haar niet aan, zegt Roelof de Jong. “Aan ellebogenwerk had ze een grondige hekel. Ze was een gevoelsmens, ze legde in haar spel de nadruk op gevoel en expressiviteit, techniek en snelheid waren daar ondergeschikt aan. Ik ben beter gaan spelen door haar opmerkingen, ze was didactisch heel goed.”
Muziek maken liep als een rode draad door haar leven. Ze kon er veel in kwijt, maar toen ze midden veertig was maakte ze een moeilijke periode door. Ze twijfelde over wat ze verder nog wilde en had meer ruimte voor zichzelf nodig. Chris en zij kregen een latrelatie. Deels was ze bij hem en deels verbleef ze in haar nieuwe woning in het Teylers Hofje, dat voor haar een beetje als een gemeenschap voelde.
Onverwacht vond ze iets nieuws. Op de Catharijnebrug, dichtbij het Teylers Hofje, raakte ze in gesprek met de brugwachter. Barbara vroeg belangstellend naar haar werk, dat leek haar wel wat. Impulsief ging ze informeren op het havenkantoor, waarna de zaak snel was beklonken. Die avond vertelde ze tot Chris’ verrassing dat ze een parttimebaan als brugwachter had aangenomen. Ze had veel plezier in het werk dat ze volhield tot haar 75ste.
In 2022 in molen De Adriaan in Haarlem.
Vrij snel na deze eerste nieuwe stap volgde een tweede: ze besloot vrijwilliger te worden op De Adriaan, ook op een steenworp afstand van het Teylers Hofje. De geliefde molen die in 1932 na een verwoestende brand in de as was gelegd, was in 2002 eindelijk herbouwd en werd als museummolen een toeristische trekpleister. Kort na de opening meldde Barbara zich aan toen er mensen nodig waren die bezoekers wilden rondleiden.
‘Sommige molenaars kunnen bot zijn. Barbara was anders’
Barbara bloeide op, ze was er in haar element. Ze hield van de sfeer in de molen en de geur van het hout. Molens fascineerden haar niet alleen vanuit historisch oogpunt, ze wilde ook het ambacht van molenaar onder de knie krijgen. Chris hoorde ervan op: ze was atechnisch en had geen ruimtelijk inzicht. Toch begon ze aan de opleiding. Ze deed er lang over, maar ze was gedreven en zette door tot ze een gediplomeerd molenaar was.
Collega-molenaar Kees Mens in Hoogwoud, bij wie ze graag koren ging malen omdat het in De Adriaan niet meer kon, zat geregeld een uur met haar aan de telefoon. Ze bespraken hoe ze dingen aan moest pakken en hij hielp haar als ze de techniek niet doorgrondde. “Voordat ze haar leerlingen een technisch verhaal kon uitleggen, wilde ze het goed begrijpen”, vertelt Mens. “In het begin keek de molenaarswereld met argusogen naar haar. Sommige molenaars zitten in hun eigen koninkrijkje, ze kunnen bot zijn. Barbara was anders. Ze deed het werk met elan en vond het leuk om leerling-molenaars op te leiden. Oudere mensen die niet meer gewend waren boeken door te nemen leerde ze leren.”
Barbara was een perfectionist. Kees Boeije, die bij haar de molenaarsopleiding deed, noemt haar een heel precieze instructeur. Nauwkeurig werken vond ze van groot belang. “Toch was ze geen doorgedraaid molenaarstype, ze had een brede belangstelling voor kunst en cultuur”, zegt Boeije. “De weersomstandigheden hielden haar erg bezig, ze benadrukte dat je die van tevoren moest bekijken. We hadden een keer samen op een andere molen gedraaid. Zij moest eerder weg, ik zou afsluiten. ’s Avonds om half twaalf belde ze op om te checken of ik zeker wist dat ik de bliksembeveiliging op de molen had aangezet. Pas toen had ze gemoedsrust, typisch Barbara.”
Levenskunst werd een steeds belangrijker thema
Chris en zij leidden verschillende levens. Voor hen reden te meer om samen eropuit te gaan. Een gezamenlijke liefhebberij was vogels spotten en hun gedrag bestuderen. In haar zoekende periode was Barbara zich gaan inzetten voor de bescherming van weidevogels en daarmee had ze Chris geïnspireerd. In hun gesprekken werd levenskunst een steeds belangrijker thema: hoe geef je vorm aan je leven?
Ze verdiepten zich in het stoïcisme. Barbara had er baat bij toen tien jaar geleden de ziekte van Kahler (een vorm van beenmergkanker) zich openbaarde. Op de molen kon ze het van zich afzetten, maar allengs ging haar conditie achteruit. Het laatste half jaar zat ze op een klapstoel terwijl ze de leerlingen instrueerde, zij deden het zware werk. Tot vijf weken voor haar dood gaf ze thuis nog theorieles.
Bij hoge uitzondering lag haar lichaam opgebaard in De Adriaan, velen kwamen afscheid nemen. Metershoge banieren met haar portret hingen aan weerszijden van de ingang, de wieken stonden in de rouwstand, net als die van alle molens in de regio. Als laatste eerbetoon stond de rouwauto met haar kist twee minuten stil op de Catharijnebrug, de slagbomen waren gesloten. Tegelijkertijd werden op het Spaarne, tussen de brug en de molen, op de boot van de havendienst twee fakkels ontstoken.
Hedwig Barbara Tanner werd geboren op 19 juli 1948 in Aarau (Zwitserland)en overleed op 8 november 2025 in Haarlem.
(Onze redactie is altijd op zoek naar inspirerende levensverhalen. Kent u iemand die onlangs is overleden, stuur uw tip naar naschrift@trouw.nl. Help ons door uw ervaring te delen)
Lees het originele artikel hier
Wanneer de wieken draaien in Ravenstein, kan er zomaar een opvallend jonge molenaar aan het werk zijn. Wat trekt Eloïse Broekhuizen (20) en Sem Hurkmans (15) zo aan in dit eeuwenoude ambacht?
Al zo lang als hij zich kan herinneren, is Sem Hurkmans gefascineerd door molens. Op driejarige leeftijd kon hij eindeloos turen naar De Witte Molen. Hij groeide op aan de voet van deze oudste molen in zijn thuisstad Nijmegen. En nu hij 15 jaar oud is, is er niks van die magie vervlogen. Integendeel.
Maandelijks zit Sem in een Zoom-overleg met andere molenaars in opleiding die wonen in de provincie Gelderland. Zo’n traject duurt meestal een tot twee jaar. Maar bij de meeste deelnemers ligt de middelbare school al ver achter hen.
„Oudere mensen doen dit vaak na hun pensioen, als hobby”, weet Eloïse Broekhuizen. Zij zit tegenover Sem aan de lange houten tafel in De Nijverheid, stadsmolen van Ravenstein. Ook zij koos op jonge leeftijd voor een toekomst als molenaar en rondde onlangs als 20-jarige de opleiding daarvoor af.
Eloïse komt uit Kampen, en wandelde daar op haar 15de een molen binnen op zoek naar een vakantiebaantje. Toen ze het binnenwerk zag, raakte ze razend enthousiast. „De techniek, het houtwerk en de krachten die daarop uitgeoefend worden; ik vond het heel mooi.”
Ze verhuisde op haar 19de naar Wageningen om er de opleiding tot bakker te volgen. Tegelijk ging ze aan de slag op de molen in Wijchen, en draaide in Ravenstein al snel mee als vrijwilliger.
Onderin de Ravensteinse molen huist de bakkerij waarvoor zij en Sem in de gemeente Oss verbouwde spelt malen, boven hen draaien de kolossale maalstenen en indrukwekkende houten tandwielen die dat mogelijk maken.
Het is een techniek die ook de leek meteen kan begrijpen door er simpelweg een blik op te werpen. Een stap in een wereld van hout, steen, weer en wind, waar algoritmes nog altijd niks te zeggen hebben. Maar wie denkt dat zoiets het molenaarsvak simpel maakt, vergist zich behoorlijk.
„Bij elektrisch malen druk je gewoon op een knopje”, legt Eloïse uit. „Maar als je dat op de wind doet, ben je constant bezig met het weer. Waar komt de wind vandaan? Trekt die aan, dan moet er iets gebeuren. Want anders heb je opeens te fijn meel.”
„Je moet steeds in contact staan met de molen, met het weer en het product dat je wilt hebben. Het kan binnen vijf minuten veranderen. En het is heel belangrijk wolken te herkennen. Je kunt daarbij wel een app achterna gaan, maar daar heb je vaak niet zoveel aan.”
„Eigenlijk legt de molen je veel uit”, vult Sem aan. „Hoe meer je met de molen bezig bent, hoe meer je voelt hoe situaties steeds anders zijn. Je leert elke keer, dat kun je niet uit een boek halen. Je hebt natuurlijk boeken nodig voor een bepaalde basiskennis, maar het blijft hangen als je het ook hebt meegemaakt.”
Elke molen is anders, overal leer je weer nieuwe dingen. Op vakantie bezoekt Eloïse daarom graag andere molens. Voor Sem is dat niet anders. „Ik heb met maten ook wel eens een molendag”, zegt hij. Leeftijdsgenoten reageren weleens verbaasd, maar vinden zijn passie eigenlijk wel interessant.
Ook Eloïse heeft het idee dat het molenaarsvak juist in deze tijd de wind mee heeft. „Mensen willen steeds meer weten waar hun voedsel vandaan komt. En ze willen dat het lokaal geteeld of geproduceerd wordt. Daar probeer je als molenaar natuurlijk op in te spelen.”
Sem adviseert iedereen die het wat lijkt gewoon eens een molen binnen te stappen. Er is volgens hem altijd wel een molenaar te vinden die je wegwijs wil maken: „Bijna elke molenaar vindt het leuk een jonge molenaar erbij te hebben.”
|