Windmolens hebben wind als energiebron nodig om te kunnen draaien en malen. De directe omgeving van de molen (de molenbiotoop) is daarbij van belang. Wind moet voldoende beschikbaar zijn om de molenwieken te doen draaien. Hoge bomen en gebouwen houden de wind weg. Een optimale omgeving is dus van levensbelang voor het behoud van molens. Immers, rust is roest en een draaiende ‘levende’ molen trekt meer aandacht (bezoekers) en zorgt voor meer draagvlak voor het behoud en onderhoud. De Molenstichting Noord-Brabant heeft dus ook bijzonder veel belang bij goede molenbiotopen, en zet daar ook op in.

Oprukkend groen, bosschages en opschietende bomen houden de wind uit de zeilen.

Windmolenbiotoop Inventarisatie Noord Brabant 2020

Al lang bestond de wens om in Noord-Brabant extra aandacht te besteden aan de molenbiotoop. In 2018 werd deze wens omgezet in het idee om een inventarisatie van de molenbiotopen uit te voeren. Dit voornemen kwam gelijktijdig met de nieuwe inwinning en beschikbaarheid van hoogtegegevens van het AHN-3. De Molenstichting Noord-Brabant is opdrachtgever voor dit onderzoek “Windmolenbiotoop Inventarisatie Noord Brabant 2020”.

Noord-Brabant telt 132 molens, waarvan 12 watermolens. Er zijn 120 complete functionerende windmolens en daarnaast nog enkele kansrijke molenrestanten en herbouwprojecten. De collectie windmolens in Noord-Brabant is gedifferentieerd. Van beltmolen tot poldermolen. Al deze molens zijn vaak zeer herkenbare bakens in het landschap en bepalend voor hun omgeving. Om al deze bijzondere monumenten tot hun recht te laten komen, en liefst ook goed te laten functioneren, is het essentieel dat de directe omgeving (de biotoop) aan bepaalde eisen blijft voldoen.

Wat is de molenbiotoopinventarisatie Noord-Brabant?

De molenbiotoopinventarisatie Noord-Brabant geeft informatie over de molenbiotopen van alle windmolens in de provincie Noord-Brabant. De inventarisatie bestaat uit een overzichtskaart van Noord-Brabant en gegevens over de afzonderlijke molens en molenrestanten. Per molen is er een biotooprapport met bijbehorende kaarten. Hierin is de windhinder rondom een molen weergegeven met een kleurcodering en een beoordeling van de totale molenbiotoop. Ook zijn er foto’s van de omgeving van de molen en een beschrijving van de biotoop opgenomen. In dit onderzoek is ook gekeken naar enkele molenrestanten met de status Rijksmonument. Dit omdat er voor een aantal restanten concrete plannen zijn voor restauratie. Er is dan voor de toekomst meteen een duidelijk beeld van de biotoop waarin de molen wordt herbouwd of gerestaureerd. Uiteindelijk zijn 126 molenbiotopen geïnventariseerd. Het betreft 120 windmolens (inclusief een schaalreplica), 2 molenrestanten, 1 onttakelde molen, 1 niet draaivaardige molen en 2 molens die in herbouw waren tijdens het onderzoek.

Wat is het doel van de molenbiotoopinventarisatie?

De molenbiotoopinventarisatie is bedoeld voor beleidsontwikkelaars bij de provincie, gemeenten en waterschappen. De inventarisaties zijn ook bedoeld voor iedereen die geïnteresseerd is en te maken heeft met molens en de molenbiotoop. Het gaat hier om molenaars, moleneigenaren, molenverenigingen en andere belanghebbenden en belangstellenden. De molenbiotoopinventarisatie kan ondersteunend zijn bij het maken van plannen in de omgeving van windmolens. Het maakt in een oogopslag duidelijk waar zich molens bevinden met een slechte of goede molenbiotoop. De inventarisatie geeft enerzijds aan waar mogelijk de omgeving verbeterd kan worden en laat anderzijds zien welke molenbiotopen behouden moeten blijven en beschermd moeten worden. Daarnaast kunnen beleidsmakers zich eenvoudig oriënteren op locaties die in de molenbiotoopcirkel liggen en waarvan zij de eventuele toekomstige inpassingsmogelijkheden van nieuwe ontwikkelingen inzichtelijk willen hebben. Ook in communicatie over windhinder in de molenbiotoop tussen molenaars, beleidsmakers en andere belanghebbenden (bijvoorbeeld omwonenden) kan deze inventarisatie met de biotooprapporten een belangrijke rol spelen. Daarnaast is het met de gegevens voor een gemeente of de provincie mogelijk de molenbiotopen als molenbeschermingszone in omgevingsplannen en de provinciale omgevingsvisie of omgevingsverordening op te nemen.

Hoe werkt de Molenbiotoopinventarisatie?

De inventarisatie is eenvoudig van opzet. Allereerst is er een korte beschrijving van de resultaten van de molenbiotoopinventarisatie. Vervolgens is er een overzichtskaart van alle molens in Noord-Brabant. Daarnaast zijn er nog detailkaarten voor drie regio’s. Ook zijn de beoordelingen van de afzonderlijke molens opgenomen in een lijst. Als laatste is er nog per molen een eigen biotooprapport met daarin de bijbehorende kaarten en foto’s. De index geeft aan op welke pagina de molenbiotoopinventarisatie van een betreffende molen te vinden is. In het rapport is met behulp van kaarten aangeven waar zich windhinderobjecten bevinden in de omgeving van de molen. De hoogtemetingen die op deze windhinderobjecten zijn gemeten zijn met een kleurcodering weergegeven, gerelateerd aan de hoogte en wieklengte van de molen. Naast de totaalbeoordeling is er tevens een biotoopscore per windrichting bepaald. Verder zijn er foto’s vanaf de molen in de acht hoofdwindrichtingen gemaakt, die zijn opgenomen in het biotooprapport.

Een uitwerking van de biotoopformule is te vinden op de website van De Hollandsche Molen. De Hollandsche Molen voert ook de opdracht van de Molenstichting uit. Dit gebeurt volgens de methode Laméris, gebaseerd op hoogtegegevens uit het Actueel Hoogtebestand Nederland (AHN3). Evert-Jan Laméris, die de methode heeft ontwikkeld, weet de nauwkeurige meetgegevens de obstakels in de straal van 400 meter rondom een molen heel visueel te maken. Zie als voorbeeld onderstaand plaatje.

 

De molenbiotoopinventaristatie is ook digitaal beschikbaar. Op http://www.molenbiotoop.nl/noord-brabant kunnen biotooprapporten opgevraagd worden. Met behulp van deze website kan iedereen overal naar de molenbiotooprapporten kijken en deze naar wens afdrukken voor eigen gebruik.

 

Voor dit project heeft Molenstichting Noord-Brabant deels eigen middelen ingezet, maar zonder de financiële steun van het Prins Bernhard Cultuurfonds en de provincie Noord-Brabant en hulp van De Hollandsche Molen was het nooit uitvoerbaar geweest.

Meer algemene informatie over molenbiotopen kunt u hier vinden.