Met de wind in de zeilen

Achtergrond

In het verleden hebben Brabantse molenaars en moleneigenaren zich verenigd in Molenstichting Noord-Brabant, om de Brabantse molens gezamenlijk te kunnen vertegenwoordigen, en de molenproblematiek bij de juiste partijen onder de aandacht te brengen. Helaas kon de stichting door allerlei strubbelingen de verwachtingen niet waar maken, waardoor ze uiteindelijk een slapend bestaan leidde. De problemen, namelijk de versnippering van het veld en een restauratie-achterstand, bleven bestaan. In 2010 werd een doorstart gemaakt; een nieuw bestuur werd gevormd bestaande uit bestuurders, terwijl een aantal inhoudelijk deskundigen plaatsnam in een adviesraad. De stichting ging er met frisse moed tegenaan.

Na de doorstart is er een objectief onderzoek uitgevoerd naar de onderhoudstoestand van de molens in Brabant. Dit resulteerde in het Bidbook, waaruit bleek dat de molens een zorgwekkende restauratieachterstand hadden. Dit kwam niet alleen door een gebrek aan financiering, maar ook doordat er vele individuele moleneigenaren zijn, die vaak de procedures niet kennen / begrijpen en bovendien een afwachtende houding aannemen. Het bidboek kunt u hier bekijken (in PDF formaat).

Gedeputeerde Van Haaften pakte de handschoen op, Provincie Noord- Brabant investeerde in een  restauratiesubsidie van 3,4 miljoen voor molens én in een molenconsulent om de eigenaren te activeren en te ondersteunen.

Stand van zaken

Sinds 2010 is er veel gebeurd: vele eigenaren zijn in actie gekomen en hebben plannen gemaakt, die in daden zijn omgezet. Een groot aantal Brabantse molens heeft een kleine of grote opknapbeurt ondergaan. Zelfs de echte ‘crepeergevallen’ waar weinig hoop meer voor was, werden aangepakt!

Hoewel de molens in Brabant als één geheel in het landschap staan, vormen zij echter allesbehalve een organisatorische eenheid. Het veld bestaat uit vele individuele eigenaren, met weinig contacten met anderen in de monumentenzorg. Om dit aan te pakken is er gewerkt aan vertrouwen. Brabantse moleneigenaren zijn vaak eigengereid, trots en gesteld op hun autonomie, wat zich soms vertaalt in koppigheid en argwaan. Hulp wordt niet in alle gevallen zomaar geaccepteerd.

Daarnaast was duidelijkheid en procesbegeleiding in de subsidietrajecten noodzakelijk. Door de processen te vertalen in heldere, transparante en te behappen acties, zoals het opstellen en aanleveren van de relevante documenten, werd het proces inzichtelijk. Door ondersteuning van de molenconsulent kregen de projecten vorm. Gezien de oogst aan restauratieplannen en opgestarte onderhoudsprocessen is deze aanpak succesvol gebleken.

Toekomst

Om de molens ook voor de toekomst te bewaren moet er meer gebeuren dan restauratie alleen. Wanneer  er niets verandert aan de instelling en handelwijze van eigenaren, verpieteren de molens opnieuw. De molens moeten integreren in de Brabantse samenleving; daarom is er gewerkt aan draagvlak, onder meer door het  enthousiasmeren, mobiliseren  en begeleiden van vrijwilligers en gemeenschappen  die zich willen inzetten voor hun erfgoed. Denk hierbij aan het oprichten van lokale molenstichtingen, of aan de overdracht van molens naar publiek eigendom.

Het overgrote deel van de molens kan er met regulier onderhoud weer een hele tijd tegenaan, maar er zijn diverse molens waarbij groot onderhoud over enkele jaren weer noodzakelijk is. Het molen- of erfgoedbestand is dus nooit ‘klaar’. Blijvende aandacht en financiering is onmisbaar om te zorgen dat onze molens er ook in de toekomst goed bij blijven staan.

Nog belangrijker voor het erfgoed zijn de huidige ontwikkelingen in de samenleving . Bij de overheid zijn twee ontwikkelingen van belang: de decentralisatie van Rijkstaken en de bezuinigingen van gemeenten. Door de kerntakendiscussies moeten er voor verschillende gemeentelijke molens nieuwe eigenaren worden gezocht. Daarnaast staan veel (instandhoudings)subsidies ter discussie.

Een andere ontwikkeling is dat burgers steeds meer het heft in eigen handen nemen. De 2,4 miljoen inwoners van Brabant zien hun erfgoed steeds meer als hun identiteit; ze zijn er trots op. Hierdoor willen ze zich ook steeds meer inzetten voor hun erfgoed.

Deze ontwikkelingen zijn direct van invloed op het erfgoed, maar bieden ook vele nieuwe kansen. Hiervoor moeten de eigenaren zich op twee punten focussen:

  • De molens moeten midden in de gemeenschap staan; er moet draagvlak  voor de molens zijn, en mensen die zich er voor in willen zetten.
  • De molens moeten minder afhankelijk worden van subsidies, want deze zullen verminderen. Er moet tijdig worden nagedacht over financiële verzelfstandiging, bijvoorbeeld door nevenbestemmingen.

Wanneer de gemeenschap de verantwoordelijkheid neemt wordt erfgoed veel meer een  onderdeel van de samenleving. Er gebeurt meer, en er wordt meer samen georganiseerd en aangepakt. Er wordt breder en creatiever over de kansen van de molen nagedacht. Kortom, erfgoed profiteert bij participatie en draagvlak, en de leefbaarheid van kernen neemt toe.

Deze omvorming ontstaat niet van de een op de andere dag, hier is tijd voor nodig. Het is van belang dit proces nu al in gang te zetten zodat het de tijd krijgt om te groeien en ingebed te raken. Door nu te handelen is het erfgoedbestand klaar voor de toekomst, en wordt een nieuwe restauratieachterstand voorkomen.

Kans / voorstel

Door een aanjager kan de transitie naar de doe-democratie in het erfgoedveld versneld worden. De wil is er, nu de uitvoering nog. In praktijk betekent dit dat de molenconsulent als procesbegeleider kan helpen bij het afstoten van de molens door gemeenten  en het oprichten van stichtingen. Door enthousiasmeren, verbinden en begeleiding in de beginfase zullen gemeenschappen steeds meer  verantwoordelijkheid voor het erfgoed nemen. Daarbij geldt:  goed voorbeeld doet goed volgen! Door nieuwe creatieve initiatieven zal de molen, bijvoorbeeld door nieuwe functies,  steeds meer een  onderdeel worden van de gemeenschap, wat de leefbaarheid van kernen ten goede komt. Voor de molen betekent dit meer bestaansrecht en onafhankelijkheid. De overheid is enkel faciliterend; de gemeenschap wordt eigenaar van het erfgoed.